NATUURLIJK HOEFBEKAPPEN ALS REVALIDATIE METHODE 

VOOR CHRONISCHE HOEFPROBLEMEN

Wim de Leeuw, dierenarts te Valkenburg

 

‘PRIMUM NON NOCERE’

Hippocrates c. 460-357 B.C.

 

Inleiding

Eind jaren 80 van de vorige eeuw is het sommige hoefsmeden en dierenartsen opgevallen dat in het wild levende paarden eigenlijk nooit last hadden van chronische hoefziekten als hoefkatrolontsteking en hoefbevangenheid. Er waren zelfs gevallen gemeld van paarden met ‘niet te genezen hoefkatrolontsteking’, die spontaan herstelden, als ze in de natuur losgelaten werden.

Reden van afvoer(Duitse bron): ongeveer 80% van de afvoer komt voor rekening van het bewegingsapparaat. Dit is buiten proporties in vergelijking met de natuurlijke redenen van afvoer. In de natuur komt bijna nooit voor dat een dier daardoor sterft (behalve trauma).

Bovengenoemde professionals waren teleurgesteld in de resultaten van de reguliere benadering. Daarom gingen ze de natuurlijke hoefvorm bestuderen en voorzichtig toepassen bij probleemgevallen. De resultaten waren verbluffend, zodanig dat ze hoefijzers afzworen en zich geheel toelegden op natuurlijke bekappingmethoden.

De hoefsmeden waren Gene Ovcinek, Jaime Jackson en later Pete Ramey (3). Zij pasten een vorm van bekappen toe die zoveel mogelijk het gebruik van het paard intact laat na het afnemen van de hoefijzers (‘witte lijn’ methode). Dit houdt ook in dat de overgangsperiode relatief lang is. Dr. Hiltrud Strasser is dierenarts en zij legt meer de nadruk op een snel herstel van het hoefmechanisme (2).

De natuurlijk hoef

                             

Links: mustanghoef, zijaanzicht: korte toon, lage verzenen, vrijliggende kwartieren, afgeronde hoefwand ("mustangroll"), kroonrand 30º met de horizontaal.

Rechts: mustanghoef, onderaanzicht: holle zool, robuust ontwikkelde straal, gesloten witte lijn, zoolgedeelte vóór de straalpunt beslaat ongeveer de helft van de straallengte

De mustanghoef zoals boven afgebeeld is het doel van elke natuurlijke bekapper. Paarden met dit soort hoeven landen altijd op het achterste gedeelte van de zool (‘hiellanden’).

De methode van bekapping die wij volgen, is de ‘witte lijn methode’ zoals die ontwikkeld is door de smeden Jackson (7) en Ramey (3). Uit de naam blijkt dat de witte lijn, de verbinding tussen wand en hoefbeen dus, centraal staat. Deze verbinding moet hecht zijn, zonder infecties, bloedingen en traumata. Indien de laminae van slechte kwaliteit zijn, dan gaat het hoefbeen zakken, de zool wordt plat en het paard gaat gevoelig lopen (‘sinker’)

De ‘witte lijn’ methode (Raimey , Jackson)

De bekapping volgens ‘witte lijn methode’:

  • de wand inkorten tot zoolniveau en rond raspen
  • de wand in het kwartiergedeelte losleggen (‘kwartierboogjes’)
  • de steunsels tot zoolniveau inkorten
  • de verzenen bijsnijden tot dezelfde hoogte als de straal
  • er wordt niet in de ‘levende’ zool en niet in een gezonde straal gesneden
  • bij te hoge verzenen, maar met een goede ophanging van het hoefbeen, kan vrij snel richting de natuurlijke hoef gewerkt worden, omdat dan geen gevoeligheid verwacht hoeft te worden
  • bij te grote gevoeligheid moeten, tijdens de overgangsperiode, hoefschoenen aangemeten worden (www.hoofbalance.nl). Alleen aandoen tijdens beweging.
  • regelmatige beweging op harde ondergrond en aanpassing voerregime
  • zoveel mogelijk weidegang, minimaal 7/7 en 12/24
  • alleen aan de dubbele lijn longeren, perfect recht zitten en rijden volgens de methode van Antoine de Bodt (zie www.antoinedebodt.be) verdient aanbeveling.
  • Methoden van ‘Natural Horsemanship’ aanleren en koesteren.

De ervaring leert, dat na een overgangsperiode,

  • door de mustangroll het paard vlotter kan afwikkelen, waardoor de zweeffase langer kan zijn (dit geeft een omklapmogelijkheid voor het hiellanden)
  • de straal komt in functie en zorgt voor een snellere hoornafgroei en leidt tot de vorming van een sterkere hoefwand (groeireceptoren voor de hoorn afgroei bevinden zich in de straallederhuid) (5)
  • de zool zich gaat verdiepen, waardoor eventuele gevoeligheid verdwijnt
  • de doorbloeding van de structuren van de ondervoet wordt optimaal door een goed functionerend hoefmechanisme, eventuele pathologische processen worden opgeruimd en herstelprocessen gaan beginnen.
  • betere tractie en opschoning straalgroeven, waardoor de gevoeligheid voor rotstraal vermindert

De overgangsperiode kan enkele maanden tot een jaar bedragen, afhankelijk van de uitgangssituatie.

Strasser: De methode van Dr. Strasser (2) is drastischer: de zool verdunnen, steunsels wegsnijden, ontspanningssnede’s toepassen etc. Zij wil zo snel mogelijk de doorbloeding van de hoef verbeteren door het hoefmechanisme te bevorderen.

Traditioneel bekappen en beslaan

De manier van bekappen die de meeste hoefsmeden hanteren is traditioneel ontstaan. De nadruk ligt op het gebruik van hoefijzers, en zelfs als er geen hoefijzers worden gebruikt, dan wordt er meestal bekapt alsof er ijzers onder gaan komen:

  • de straal wordt vaak bekapt

  • een gedeelte van de zool bij de witte lijn wordt bekapt, om een draagvlak te krijgen; vaak snijdt men de zool hol

  • de verzenen en zijgedeelten worden gekapt volgens de ‘rechte voetas’, (vanaf voren en opzij gezien)

  • de wand wordt overal even dik geraspt

  • een opzet wordt gemaakt

De ervaring leert dat vooral Belgische smeden in hun opleiding de natuurlijke hoefvorm leren respecteren. Alhoewel er onder de smeden veel variatie bestaat in de methoden die ze hanteren, is datgene wat wij tegenkomen in praktijk als volgt te omschrijven:

  • er ontstaat vaak een hoef met relatief hoge verzenen en lange toon. Dit leidt tot toonlanden

  • het verdunnen van de zool net achter de witte lijn is juist dat gedeelte van de zool wat het paard wil opbouwen en laten verharden in een verhoornd loopvlak (callus).

  • door het ontbreken van straalcontact met de grond gaat de hoornkwaliteit geleidelijk aan slechter worden.

  • de relatief lange wand geeft aanleiding tot brokkelen, scheuren, en uitwijken, waardoor de laminae beschadigd kunnen raken.

Het hoef ijzer dat er al dan niet onder gaat komen heeft de volgende gevolgen:

- Verminderde doorbloeding

Fixatie van de hoefwand door de ijzers maakt de werking van het hoefmechanisme onmogelijk => geen pompfunctie => geen doorbloeding => geen aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen =>geen afvoer van toxische stoffen en afvalstoffen => geen afweer tegen ziekteverwekkers => verdere beschadiging en gevoeligheidà weefselverzwakking => degeneratie.

Een goed, ruim aangebracht beslag, waarbij de nagels niet te hoog en te ver naar achteren ingeslagen zijn, laat het hoefmechanisme (gedeeltelijk) nog wel functioneren

1 hoef met ijzer, de rest zonder

- Verminderd gevoel

De hoef raakt ‘verdoofd’ en het struikelen of erger gaat beginnen.

- Verminderde schokabsorptie

Doordat de hoef de ontstane krachten niet goed kan opvangen, worden de schadelijke inwerkingen (m.n. vibraties) naar boven verplaatst. De pezen en gewrichten zijn echter niet berekend op zulke krachten zodat hierdoor overmatige slijtage ontstaat.

          - Verandering van de wrijvingsweerstand

Hoefijzers verlagen de weerstand op asfalt, hierdoor kan het paard makkelijk verkeerde manieren van lopen aanleren. Bij onjuist gebruik van kalkoenen kan door de verhoogde wrijvingsweerstand juist enorme schade ontstaan.

In het western onderdeel ‘reining’ gebruikt men ‘sliding irons’ om spectaculaire ‘sliding stops’ te kunnen maken. Deze kunstmatige verlaging van de wrijvingsweerstand van de achter ijzers is een ongewenst geritualiseerd verschijnsel, geïmporteerd uit een land waar wreedheid als vermaak geaccepteerd wordt.

- Gewichtsverandering

Vergeleken bij de mens, heeft het paard heel dunne benen. Dit komt omdat bij een paard de spieren niet in maar voornamelijk boven de benen zitten. De spieren zelf hoeven daarom niet bij iedere pas meegenomen te worden. Dat is niet voor niets: door de benen licht te houden kan het paard meer snelheid ontwikkelen en blijven versnellingskrachten binnen de perken. Ook de hoeven zelf zijn verbazingwekkend ligt van gewicht. Hoefijzers met hun relatief zware gewicht gaan radicaal tegen deze bedoeling van de natuur in en zorgen dat er krachten optreden waar de benen nooit op berekend zijn (9). Soms worden er onder tuigers ‘dubbele’ ijzers gehangen.

- Contractie

Een ander vorm van schade is dat de hoef wordt samengeknepen. De hoef heeft immers een conische vorm: naar onderen toe wordt hij wijder. Op deze wijze groeit hij ook af.

Na iedere bekapping begint de hoef weer langer en breder te worden. Dit proces herhaalt zich etc.

De beslagen hoef kan tijdens de groei niet breder worden, want hij is gefixeerd door het ijzer. Toch groeit de hoef door, dus zal er iets moeten gebeuren: de hoefwand moet noodgedwongen een steilere hoek gaan aannemen. Ga je deze hoef bekappen, dan eindig je met een hoef die steeds smaller wordt dan de uitgangspositie. De hoef verandert langzaam van een conische - naar een cilindervorm. De hielen van deze cilinder draaien naar binnen en zorgen voor een verkeerde druk op de wand. Door de fixatie van de wand kan deze bol komen te staan. Kwartierscheuren kunnen het gevolg zijn.

 

Vervorming van het hoefkraakbeen en straalatrofie door contractie. Beide structuren zijn onmisbaar een goede afloop van fysiologische processen in de hoef.

Contractie hoef, cilindrisch i.p.v.conisch

- Nagelgaten

Deze zijn een ingangspoort voor saprofytische bacteriën en verzwakken door hun positie witte lijn en laminae.

- Wijken van de wand (‘flare’ vorming)

Doordat wand en zool tot draagzone zijn geworden, ontstaat er een verbreding van de witte lijn tijdens de afgroei van hoorn. De wand groeit immers ongeveer 1 cm per maand en de zool 0.3 cm. Het wijken van de wand leidt tot verzwakking van de laminae, met alle gevolgen van dien (‘sinker’, ‘white line disease’, abcesvorming, pijn etc.)

Opmerking: bovenstaande opsomming gaat niet op voor elk beslag onder alle omstandigheden.

Wij worden vaak geroepen als er problemen zijn. Wat we dan vaak zien aan beslag is niet fraai: te nauw gelegd, nagelgaten ongelijk, scheef, verhoogde takken, wigjes, egg bars en andere vormen van ‘orthopedisch’ beslag, waarvan de functionaliteit allang weerlegd is, en in feite het probleem alleen nog maar verergeren (8, 10).

Dat neemt niet weg dat we ook heel goed beslagen paarden zien (vaak 20 +), ruim gelegd, met aandacht voor het hoefmechanisme. Goede smeden adviseren ook om het paard buiten het wedstrijdseizoen hoefijzerloos te laten zijn, om de hoef de gelegenheid te geven om zich te herstellen (3).

Wetenschappelijke onderbouwing

Inmiddels kwam er ook wetenschappelijke onderbouwing voor de natuurlijke methode. Dr Rooney is veterinair patholoog en biomechanicus. Hij ontdekte het verband tussen hoefvorm en (histo)pathologische veranderingen, die hij via de biomechanica kon verklaren. Dit leidde o.a. tot het inzicht dat hoge verzenen en toonlanden een belangrijke oorzaak van slijtage in het hoefkatrolgebied was, net zoals ondergeschoven verzenen in combinatie met een lange toon.

Voordat het straalbeen beschadigd wordt, zijn er al veranderingen in de omgeving van het straalbeen waar te nemen. Rooney heeft zonder meer aangetoond dat er altijd eerst beschadiging van de structuren rond diepe buiger is, voordat er veranderingen aan het straalbeen zijn waar te nemen.

Voor de negatieve gevolgen van toonlanden heeft Dr. Rooney de volgende verklaring:

Hoge verzenen en lange toon:

Bij de normale "hiel - eerst" landing wordt de diepe buiger snel aangespannen door het dalende kogelgewricht. Op hetzelfde moment roteert het hoefbeen gewricht naar voren richting afwikkeling, waardoor de spanning op de diepe buiger vermindert. Bij een toonlander echter, zorgt het dalende kogelgewricht weer voor het aanspannen van de diepe buiger na het raken van de bodem. Maar nu moet de hiel ook nog dalen. Dit zorgt voor een verdere aanspanning van de diepe buiger. In het eerste geval hebben we één katrol die strakker wordt, terwijl de andere juist losser wordt. In het tweede geval trekken beide katrollen gelijktijdig strakker.

Deze krachten doen zich ook voor bij show jumping en dan met name de puissance klasse waarbij onder een extreem steile hoek geland wordt.

Volbloeds die racen op de vlakke baan of steeple chasers hebben zelden hoefkatrol ontsteking.

Ondergeschoven verzenen en lange toon:

Let op de lange toon en ondergeschoven

De lange ‘arm’ (afstand diepe buiger – toon) leidt bij elke stap tot niet fysiologische piekbelasting van de structuren in het achterste gedeelte van de hoef

Dr. Bowker onderzocht de inwendige structuren van de hoef tijdens de ontwikkeling vanaf veulen hoef tot ‘ouderdom’. Hij toonde het belang aan van bepaalde omgevingsfactoren, zoals beweging en harde bodem, voor een robuuste en sterke ontwikkeling van structuren in het achterste gedeelte van de hoef. Het landen op de achterkant van de hoef (straal en verzenen) leidt tot een steviger digitaal straalkussen, sterkere hoefkraakbeenderen en een betere doorbloeding van de inwendige hoefstructuren. Hij concludeerde dat ‘hoefkatrol’ een degeneratief proces is van de gehele hoef en dat het straalbeen slechts een onderdeel hiervan uitmaakt (5).

 

Deze studie van Dr. Bowker toont aan dat de hoeven van paarden met chronische hoefproblemen de volgende kenmerken hebben:

  1. dunnere hoefkraakbeenderen

  2. onderontwikkeld straalkussen

  3. slechte ontwikkeld netwerk van bloedvaten

  4. stress kenmerken op aanhechting straalbeen ligament en diepe buiger aan hoefbeen

  5. geringe botdichtheid van o.a. hoefbeen

Dwarsdoorsnede ter hoogte van de kroonrand

Diverse ligamenten verbinden het laterale hoefkraakbeen met:

 1.  het (botvlies van) hoefbeen,

 2.  het (botvlies van) straalbeen,

 3.  peesschede diepe buiger  

 4.  het digitale straalkussen.

Dit is een voorbeeld van een ‘goede’ hoef:

 1. Robuuste hoefkraakbeenderen met goede vaatvoorziening, die zich naar boven toe doorzet.

 2. Een goed ontwikkeld straalkussen, met veel ‘vezelkraakbeen’ en weinig vet

 

 

Stress gebieden in de hoef zijn de plaatsen waar de diepe buiger (DDFT) aanhecht aan het hoefbeen en waar het distale straalbeen ligament (DSIL) aanhecht aan het hoefbeen.

Parasagittale doorsnede van een gezonde voet. Insertie van diepe buiger (DDFT) en distaal straalbeen ligament (DSIL) aan het hoefbeen (P3). Straalbeen (NB) en kroonbeen (P2).

Het lijkt erop dat bovengenoemde aanhechtingsplaatsen ‘bottlenecks’ vormen bij teveel weefselstress, omdat deze plaatsen knooppunten vormen in de neurovasculaire infrastructuur van de hoef. Beschadiging van deze plaatsen zal dan ook een grote impact hebben op het functioneren van andere structuren van de hoef.

Vanuit deze gebieden wordt een complexe neurohormonale sturing wordt gegeven aan de

stofwisseling van hoefbeen en straalbeen. Bowker suggereert dat deze aanhechtings gebieden een sleutelrol vervullen in het ontstaan van chronische hoefproblemen.

Kenmerken van slechte hoeven:

 

 

 

Histologische preparaat van de aanhechtings plaats van DSIL (A) en DDFT (B) aan het hoefbeen. De rode verkleuring duidt op hechting van kleurstof aan proteoglycanen. Deze worden in verband gebracht met de reactie van bindweefsel op stress,

 

 

 

Tot zover de studie van Dr. Bowker die aantoont dat hoefkatrolontsteking een probleem is van de gehele hoef en niet alleen een duistere primaire degeneratie van het straalbeentje.

 

Vergelijk de doorsnede van een ‘mustang’ hoef met ‘domesticatie’ hoef:

 

doorsnede mustanghoef

 

 

 

 

 

doorsnede gedomesticeerde hoef

DDFT (diepe buiger), DC (straalkussen), P3 (hoefbeen), N (straalbeen)

Let op deze verschillen: er is veel gaande in het binnenste van de hoef, waar niemand op onze planeet alles van begrijpt. Het belangrijkste: het hoefbeen van de mustanghoef is veel hoger in de hoefcapsule gepositioneerd. Daardoor kan de hoefwand veel korter zijn en de zool hol en dik. Let ook op de dikte van het digitale straalkussen, de vorm van het hoefbeen en dikte van de diepe buiger.

 

Case studies

Case 1: klinisch hoefkatrol

De uitzichtloze gangbare benadering hebben we zelf ervaren bij onze Quarter Horse hengst (Swifty). Hij was ‘cutting’ gefokt in Oklahoma. Als vierjarige werd hij in training genomen. Hij was toen al beslagen. Op 5 jarige leeftijd begon hij moeilijk te bewegen op de volte en onregelmatigheid te vertonen. Zijn gang werd steeds korter en onzekerder. Het mondde uit in regelrechte kreupelheid. Een bezoek aan een paardenspecialist leverde de diagnose ‘klinisch hoefkatrol’ op, omdat de röntgenfoto’s niet veel bijzonderheden opleverde (‘stadium 2’). Toen wisten we nog niets van natuurlijk hoefbekappen. We hebben door omstandigheden Swifty indertijd weggegeven met als eis ‘nooit slachten’. Toen we in aanraking kwamen met de methode van natuurlijk bekappen ging er meteen een licht bij ons op. Dit zou wel eens de oplossing voor Swifty kunnen zijn. Meteen de huidige eigenaar opgespoord en in december 2004 begonnen met natuurlijk bekappen. Na het afhalen van de ijzers zijn we geleidelijk aan zijn veel te hoge hoeven gaan verlagen, m.n. in het verzenen gedeelte. Het verlagen van de verzenen leidde eenmaal tot dikke kogels, die overigens de volgende dag weer normaal waren. Deze hoefcorrectie bij problemen die jarenlang bestaan, zoals in dit geval, gaat meestal gepaard met spierstijfheid van de schouderpartij, waardoor het even duurt voordat de ruime pas en het hiellanden gaat ontstaan. Om dit soepeler te laten verlopen raden wij aan een dierfysiotherapeut in te schakelen.

  

uitgangs positie: verzenen extreem hoog, te lange toon, kroonrand bijna horizontaal

  

na 8 maanden bekappen

Telefonisch contact met de huidige eigenaar (januari 2006): zit lekker in zijn vel en beweegt ruim en zonder problemen en de verzekering heeft hem geaccepteerd.

 

Case 2: Chronische hoefbevangenheid

Korinda is een achtjarige New Forest pony. Zij werd aangeboden met weggesneden toon, dubbellip ijzer…. en was weer bevangen. Haar voorhoeven waren ernstig misvormd en

het probleem bestond al meer als een jaar.

   

                         

Acute pijn lenigen met water……………………….en hoefschoentjes!!

En nu is het effect van bekapping te zien. Als je de hielen drastisch inkort verandert de stand van de hoef op een dusdanige wijze dat het hoefbeen in een veel gunstiger positie wordt gebracht!. De punt van het hoefbeen drukt niet meer rechtstreeks in de zool en de toon van de hoef wordt van de grond afgewipt zodat ook de druk van de grond wordt verminderd. De pijn neemt af en de pony steunt niet meer op het losgelaten gedeelte van de hoefwand, waardoor deze weer ‘aangehecht’ aan het hoefbeen, kan afgroeien.

 

Knolhoef                                                                                              

  

Pijnloos en rad. Nog even en het stukje zieke hoorn zal spoedig afgroeien. De "gezonde, nieuwe hoef’ is duidelijk zichtbaar

 

Korinda wordt nu weer probleemloos gereden.

In dit soort gevallen moeten stringente management maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. De belangrijkste is: geen weidegang meer. De Hollandse weide is vergif voor dit soort pony’s. Geen brok, geen brood, geen appels, geen suiker (melasse!) etc. Op natuurhooi zetten en handje groenten per dag geven. Verder een paddock met verharde ondergrond.

 

Discussie

Problemen met natuurlijk bekappen zijn er ‘natuurlijk’. Het is een redelijk lange weg en de eigenaar zal echt gemotiveerd moeten zijn om de overgangsperiode door te komen. Met behulp van hoefschoenen en regelmatige beweging is dit relatief makkelijk te overbruggen.

Voor paarden die 24 uur per dag in de box staan, is deze methode niet aan te bevelen omdat de bovenomschreven actieve interactie (beweging op het harde) met de bodem noodzakelijk is om tot goede resultaten te komen.

We willen eigenlijk van deze materie geen discussiestuk maken. Op Internet en in de lekenpers wordt al genoeg onvruchtbaar en energieverkwistend gediscussieerd over wel of geen hoefijzers. Vaak door mensen die al een loopgraafpositie hebben ingenomen

Echter voor onze paarden en onze eenhoevige patiënten werkt deze methode fantastisch.

Er is echter iets dat ons zorgen baart. De methode van Natural Horsemanship (‘natuurlijk omgaan met paarden’) wordt steeds populairder. In het kielzog daarvan ontstaat er steeds meer vraag naar ‘natuurlijke bekappers’, die zonder gedegen kennis en vaardigheid hiermee aan de slag gaan. Ook worden er steeds meer praktijkcursussen aan paarden eigenaren gegeven, zonder dat er naderhand een goede begeleiding van de kant van de cursusleiders is.

Instructies via e-mail foto’s hebben al tot problemen geleid. Een slecht imago van een op zich goede methode, is het resultaat.

We vinden dat bij het geven van een cursus aan paardeneigenaren een goede ‘follow up’ op locatie noodzakelijk is. De ‘set-up’ bekapping wordt door de dierenarts gedaan. De eigenaren bekappen (of raspen) hun dieren éénmaal per week en de dierenarts komt in het begin één of tweemaal per maand de voortgang controleren. Later is vaak een halfjaarlijkse controle voldoende. Bij het volgen van deze werkwijze zijn er maar wekelijks kleine correcties nodig om tot een goed resultaat te komen en is de kans op ‘ongelukken’ te verwaarlozen.

Voor meer informatie kunt u onze website bezoeken: www.biomentor.org

"The shod and deformed foot is a sad and sorry sight, harmful to the horse.

The bare and healthy foot is a joy to behold, and does no harm, of course" (6)

Literatuur:

1. The Lame Horse. R. Rooney, D.V.M. ISBN 914327-04-6

2. Pferdehufe ganzheitlich behandeln. Strasser, H., D.V.M. ISBN 3-8304-9108-5

3. Making Natural Hoof Care Work for You, Ramey, P. ISBN 0-9658007-7-6

4. The Lame Horse, Experiment and Observation and Horse Science. www.horseshoes.com/farrierssites, R. Rooney

5. Contrasting Structural Morphologies of ‘good-and- bad footed’ Horses www.ivis.org/proceedings/AAEP/2003/bowkwer, R.M. Bowker.

6. The Unfettered Foot, A paradigm change for equine podiatry, Thomas G. Teskey D.V.M. Journal of equine Veterinary Science, February 2005

7. Founder, Prevention and Cure. Jackson, J. ISBN 0-9658007

8. Hoefproblemen, Van Nassau, R. ISBN 90-5877-222-5

9. Effects of Shoeing on Forelimb Swing Phase Kinetics of Trotting Horses, Singleton, W.H., Clayton, H.M., Lanovaz, J.l., Pradez, M. Veterinary Comparative Orthopedics and Traumatology 16 (16-20).

10. Effect of heel wedge in horses with superficial digital flexor tendinitis, Clayton, H.M. et al. Veterinary and comparative orthopaedics and traumatology, 13, 1-8.

Andere interessante informatie is te vinden op:

        http:// www.biomentor.org

http:// www.barefoothorse.com

http:// www.ironfreehoof.com

http:// www.thenakedhoof.com.au

http:// www.tribeequus.com

http:// www.hopeforsoundness.com

http:// www.hoefnatuurlijk.nl

http://www.hufklinik.de

 

 

Back to HP